Omschakelen naar rauwe voeding (2)

KVV niet nodig als tussenstap

Als je zelf het voer van je hond wilt samenstellen, is de tussenstap KVV (Kompleet Vers Vlees) niet nodig. Voel je jezelf er wel zekerder door, dan is omschakelen op die manier op zich niet zo'n probleem. Bij het zelf samenstellen heb je zelf in de hand wat je voert en is de voeding gebaseerd op het aanbieden van grotere stukken vlees/bot/orgaan in een verhouding van een prooidier. Iets wat gemalen is verlaat sneller de maag, waardoor alle organen van het spijsverteringsstelsel niet optimaal betrokken worden bij de spijsvertering. Daarnaast bestaat de theorie dat brokvoeding en KVV een verhoogd risico op maagtorsie geven en niet in de laatste plaats wordt het gebit nauwelijks betrokken bij het verwerken van de voeding, waardoor gebitsproblemen kunnen ontstaan.

In dit hoofdstuk wordt meteen de omschakeling van brok naar zelf samenstellen en niet naar KVV beschreven. Op het forum is in de categorie
Commerciële voeding een rubriek gewijd aan KVV en grof gemalen voeding.


Wennen aan rauwe voeding

Zoals eerder gezegd, heeft een brokkenhond geen goede bacteriën en enzymen in het maag- en darmstelsel en zal dat aangevoerd moeten worden uit rauwe voeding en/of probiotica. Dit brengt gewenning met zich mee en zo'n omschakeling moet dan ook geleidelijk gebeuren. Natuurlijk, het is mogelijk om een hond 'cold turkey' over te zetten. Maar menig hond reageert daar niet lekker op en overmoedigheid in het zelf samenstellen hoeft niet ten koste te gaan van je hond. Enige voorzichtigheid is geboden door 'gewoon' bepaalde regeltjes te volgen, waar je hond later alleen maar baat bij zal hebben.

Veel mensen voeren in het begin deels brok en deels zelf samenstellen. Dit kan prima als de hond al op een geperste brok staat. Het is dan geen probleem om bijvoorbeeld 's ochtends geperste brok en 's avonds een zelf samenstel maaltijd te geven. Als je een geëxpandeerde brok geeft, dan kun je denken aan het om de dag geven van brokken en zelf samenstel maaltijden. De voorkeur gaat uit naar het zo snel mogelijk afbouwen van de brok naar volledig zelf samenstellen.


Maar hoe weet ik nu wat mijn hond nodig heeft?

Om een gemiddeld prooidier te simuleren, kun je gebruik maken van: 

60%-70% spiervlees (incl. vet/huid/vacht)
10%-20% orgaan
10%-20% bot
10%-20% overige

Je gaat als basis uit van 3%-5% van het totaalgewicht van een kleine tot middelgrote hond en 2%-3% van het totaalgewicht van een volwassen (middel)grote hond. Ervaring met kleine honden is dat men beter kan beginnen met 2,5% en dan langzaam opbouwen, dan meteen al tussen de 3%-5% te voeren. Vaak is dat teveel en afhankelijk van leeftijd en fysieke beweging. Uiteraard geldt het anticiperen op de behoefte ook voor een grote hond en voor pups.

Voor pups geldt het gegeven dat zij in opgroei een hogere calciumbehoefte hebben dan volwassen honden en hierdoor gelden andere percentages voor het berekenen van het totaalgewicht. 

Pups van grote rassen voer je tussen de 5 à 6% van het dan geldende gewicht.
Pups van kleine rassen voer je tussen de 7 à 10% van het dan geldende gewicht.

Aangezien een pup gemiddeld elke week aankomt, dien je vanaf het begin minstens om de twee weken je menu in totaalpercentages te herzien!


Die calciumbehoefte neemt af vanaf het moment dat de breedtegroei begint en is op een constanter niveau na uitgroei. Naarmate de hond ouder wordt, neemt de calciumbehoefte zelfs behoorlijk af tot een laag constanter niveau. Een botpercentage tussen 15-20% is voor pups een richtlijn en uitgangspunt blijven de percentages en marges binnen de prooidiertheorie. Ook het 'overige' bestaat uit calciumhoudende voeding, dus als een pup dat lekker vindt, maak daar dan gebruik van. 

Uitgebreide uitleg over het zelf samenstellen voor pups, het bijstellen van totaalpercentages en het in balans voeren vind je in de rubriek 'Hoe ga je van start?' op ons informatieve forum.

Als voorbeeld voor het berekenen van een menu nemen we Stanley, een flinke volwassen Golden Retriever van 34 kilo. 


Berekening:

34 kilo x 2%  lichaamsgewicht = 680 gram per dag

Per week:

680 gram x 7 dagen per week = 4760 gram weektotaal

Hoe bereken ik dit weektotaal naar een prooidier per week?

4760 gram x 70% = 3332 gram spiervlees
4760 gram x 10% = 476 gram orgaanvlees
4760 gram x 10% = 476 gram bot
4760 gram x 10% = 476 gram overige


Binnen het Natural Raw Feeding ligt de nadruk op het voeren van dik bevleesde karkassen en prooidieren.
Globaal voer je 3-4 dagen per week 30-40% dik bevleesde karkassen, eventueel op die dag aangevuld met spiervlees en/of orgaan. Dit kun je afwisselen met prooidieren. Op de overige 'botloze' dagen kun je een maaltijd vis, vuile pens of een dag spiervlees eventueel aangevuld met 'overige' geven.

Dit zijn richtlijnen, geen verplichtingen en afhankelijk van hoe de hond op de voeding reageert, stellen we bijvoorbeeld het botpercentage naar boven tot gemiddeld 15%. Sommige honden hebben meer dan 15% bot per week nodig. Weer andere honden raken verstopt als ze meer dan 10% en zelfs 15% bot moeten verteren.
Teveel bot en te kale karkassen werken stoppend, waardoor al gauw krijtpoep en moeilijk ontlasten ontstaat. Dat is voor één maaltijd niet zo’n ramp, maar als dit veelvuldig voorkomt, is het zaak je menu erop aan te passen om verdere spijsverteringsproblemen te voorkomen.
Dat is een voordeel van zelf samenstellen. Geen 1 hond is hetzelfde, net als de mens eigenlijk. Je leert dan ook als eerste naar de ontlasting van je hond te kijken. Als volleerd 'poepkijker' kun je zo het omschakelingsproces van je hond perfect in de gaten houden.


Zoals eerder aangegeven gaan we in deze beschrijving uit van een omschakeling van geperste brok naar zelf samenstellen bij een hond van 34 kilo die 680 gram per dag eet.

Als je normaal gesproken 2x per dag brokken voert, kun je 's ochtends de normale portie voeren die je dan ook zou geven. (Neem in acht: bijv. 200 gram brok  = 400 gram rauwe voeding!)

's Middags geef je twee kippennekken en 's avonds een kipfilet in stukjes gesneden.
(= 280 gram rauwe voeding = brokvoeding plus rauwe voeding) = 680 gram dagtotaal
Als dit goed gaat, herhaal je het de volgende dag weer en houd je de ontlasting in de gaten.


Na twee dagen kun je 's ochtends bijv. 200 gram brok (= 400 gram rauwe voeding!) geven en
's avonds een kipfilet in stukjes gesneden met twee kippennekken

(= 280 gram rauwe voeding) = 680 gram dagtotaal en afwachten hoe dat valt.

Is de ontlasting de volgende dag goed, dan bouw je de brok af naar de helft van zijn
ochtendportie
(100 gram = 200 gram rauwe voeding) en geef je je hond een iets grotere zelf samenstel maaltijd. (480 gram) = 680 gram dagtotaal


De stelregel is voor kleine honden qua botwerk beginnen met kippennekken en grotere honden dik bevleesde rugkarkassen (= kraakbeenbot en bevat geen dragende delen). Maar als jouw grote hond een kippennek goed weg knauwt, dan is er niets mis mee om te wennen aan kippennek.
De ervaring met onze honden is dat ze op grotere rugkarkassen meteen goed leren knauwen en de karkassen beter bevleesd zijn dan een kippennek. Hiermee voorkom je verteringsproblemen. Dragende delen van te oude en te grote zoogdieren zijn tandenbrekers. Wat ons betreft uit den boze en zeker als beginnende hond niet aan te raden!


Na de vierde dag kun je in plaats van kipfilet een nieuwe vleessoort introduceren, zoals: hert of paard.
Dit zijn vleessoorten met weinig vet en hebben een hoge verteerbaarheid. Aan te bevelen is om de hompen vlees in het begin in stukjes te snijden, zodat dit beter wordt verteerd en goed wordt ingepakt in de ontlasting met het kippenbot. Als dit goed gaat, dan kun je het de volgende dag herhalen.

Na een dag of 5/6 kun je een nieuw vlees/bot in je menu voegen en de brok verder minderen in de ochtend, bijvoorbeeld naar
50 gram (= 100 gram rauwe voeding)

Bij voorkeur geef je gevogelte zoals kwartel, eend rugkarkas of parelhoen rugkarkas.
Kleine zoogdieren, zoals een achterstuk van jong konijn
(ca 500 gram), zijn ook prima.
Dagtotaal = 600 gram

Als dit goed gaat, dan kun je de brok weg laten en op volledig zelf samenstellen overgaan met de vleesbotsoorten en organen zoals eerder beschreven in: Omschakelen naar rauwe voeding (1)

Na dag 6 kun je 's ochtends bijvoorbeeld 200 gram spiervlees geven met daarbij twee eetlepels ruw vezel (groentemix of wat restgroente, kiemmix, pitten/noten/zaden etc.) en 's avonds een dik bevleesde rugkarkas van gevogelte of konijn van 400 gram  (dagtotaal 680 gram)  

Op het forum in de rubriek
Hoe ga je van start?, kun je  meer lezen over de ingrediënten die onder het 'Overige' vallen, hun werking en hun nut.


Orgaan introduceren in je menu

Introduceer niet te snel een nieuwe diersoort en zeker niet teveel orgaan in één keer.
Na een dag of 4 kun je wisselen met hetgeen wat je hond al kent aan vlees-/karkassoorten en zou je elke week een nieuwe vlees-/karkassoort kunnen toevoegen. Je komt dan uit op het toevoegen van 1 nieuwe diersoort per week, waarvan de organen nog in het karkas zitten. Of je voegt zelf orgaan toe aan een karkasmaaltijd. De belangrijkste organen die je hond per week binnen zou moeten krijgen zijn lever en nier. Voer je losse organen, dan is het een optie om 2-3 x per week organen in een weekmenu te verwerken.


Orgaansoorten

Berekening nier, lever en hart van het orgaanpercentage 10% per week

Lever en nier geef je als richtlijn 1x per week:
50 gram lever per 10 kilo hond per week
20 gram nier per 10 kilo hond per week

Berekening volwassen hond van 34 kilo: totaal per week 476 gram = 10%

hond 34 kilo = 50:10x34= 170 gram lever per week 
hond 34 kilo = 20:10x34= 68 gram nier per week 

Andere organen waarmee aangevuld kan worden tot 10% per week zijn hart, long, strotten (vallen bij de berekening onder RMB's), testikels, maagjes, tong, milt, darmen, pancreas, hersenen, ogen, huid etc.
Indien mogelijk
geef je organen van wild of in kleine intacte prooidieren en biologische organen van dieren als rund, lam, geit, (wild)gevogelte en klein wild.
Volgens de verschillende visies binnen het Natural Raw Feeding geef je bij voorkeur organen die nog in de karkassen hangen. 

Vuile pens mag je aanvullen als een maaltijd los spiervlees of bijtellen als orgaan tot 20%.
In het Natural Raw Feeding valt vuile pens onder spiervlees en wordt niet in de orgaanberekening meegenomen. Als je pens wel meerekent als orgaan, voer je gemiddeld 20% orgaan per week. Je trekt dan een maaltijd spiervlees af van het spiervleespercentage. 

Nogmaals, dit zijn RICHTLIJNEN waarvan afgeweken kan worden naar gelang de activiteit en leeftijd van de hond. Lever is in deze een belangrijk orgaan, waarvan het niet verstandig is dit in de vastgestelde percentages ver te overschrijden. De hoeveelheid nier volstaat al als men regelmatig een prooidier per week kan geven. Hart is voor honden die zeer actief sport of werk verrichten of voor pups in de groei een nuttig orgaan en een maaltijd spiervlees per week mag door hart vervangen worden. Voor deze categorie honden evenals voor pups mag het percentage lever ook iets opgeschroefd worden. Echter, honden met nierschade hebben meer baat bij het minimaliseren van het percentage orgaan naar 5-8% per week. En dan is het nuttig om enkel organen uit karkassen te voeren en lever van kleine prooidieren. Vuile pens is een waardevol onderdeel van het menu, omdat het gelijkwaardige calcium/fosfor gehalte hiervan makkelijker te filteren is voor de nieren dan spiervlees dat extra bij de karkassen wordt gevoerd. Voor deze categorie honden is het dan zinvol om naast de dik bevleesde karkassen vuile pens te voeren in plaats van los spiervlees. 

Vuile pens werkt in het begin over het algemeen laxerend, maar honden zijn wel snel gewend hieraan en het bevat goede bacteriën om de darmflora mee op te bouwen. Eventueel zou je al vanaf de eerste omschakelweek zo af en toe een reep vuile pens kunnen geven in plaats van spiervlees. Je mag 1x per week een kleine pensmaaltijd/kipkarkas geven en zo af en toe spiervlees aanvullen met boekmaag/pens.

Hersenen en ogen bevatten erg veel vitamines en mineralen, dus elke week een konijnen- hazen- of viskop is ook weer een bron van belangrijke voedingsstoffen. Pas als je hond na een aantal maanden volledig aan alle vleesbotten is gewend, zou je een kop van grotere zoogdieren kunnen voeren zoals lam of geit. Dit is echter geen 'must', omdat de koppen van kleinere zoogdieren ook meer dan prima zijn. Koppen van grotere oude zoogdieren zijn vaak te hard en weinig bevleesd. De kans dat tanden hierop afbreken is aanwezig.

Grotere zoogdieren zoals geit en lam zijn vrij vet. Geit wordt over het algemeen beter verdragen dan lam. Als je deze vleessoorten introduceert, dan zou je dat pas na 1,5 à 2 weken kunnen doen en alleen maar vleesbotten geven van hele jonge dieren. Jonge magere ribben en dik bevleesde rugdelen en schouders zijn meestal goed te doen voor beginnende honden. Aan te raden is om de dag er voor en de dag er na dan geen orgaan te geven, zoals pens, lever, maagjes, hart en niertjes, omdat deze laxeren en je hond er van aan de dunne kan raken.


Stelregel is: bij het introduceren van 'vette' karkassen zoals tam eend, parelhoenkarkas, fazant (semiwild), geit en lam, kun je gerust het dagpercentage met 100 gram naar beneden schroeven. Dus in plaats van 680 gram naar 580 gram. Ontvellen van tam gevogelte is tijdens de omschakeling een optie, evenals het teveel aan vet weg snijden van andere karkassen. Dit komt vooral in het begin de spijsvertering ten goede. Voer niet geheel vetvrij, ook vet heeft zijn functie.

Er zit verschil in bio-industrievlees, scharrelvlees en wild 

Veel dieren worden tegenwoordig veelvuldig behandeld met antibiotica en hormoonpreparaten. En alsof dat nog niet genoeg is, kunnen ze ook nog via hun voedsel zware metalen en bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. Al deze stoffen worden opgeslagen in het lichaam en dus in het vlees en de organen van het dier. Deze stoffen worden met moeite afgebroken in het lichaam van de gastheer die het eet. In dit geval de hond als carnivoor. Mocht je in hoofdzaak bio-industrievlees voeren, dan is het een goede optie om 'overige' bij te voeren en/of vastendagen in te lassen om de organen te reinigen. Vaak wordt de conclusie getrokken dat Natural Raw Feeding dan toch niet zo gezond is. Maar bedenk dat diezelfde vervuiling plus daar bovenop nog de chemische kankerverwekkende bewaarmiddelen van de gemiddelde brokkenfabrikant in een op graan en soja gebaseerde brok verdwijnt. En een ongetrainde hondenmaag op enkel brokvoeding kun je niet zonder meer laten vasten. Daarmee verhoog je het risico op een maagtorsie. Gelukkig is er ruime keuze om verantwoord en betaalbaar Natural Raw Feeding te geven aan je dier.

Scharrelvlees en wild bevatten meer en betere aminozuren dan bio-industrievlees en is in de regel ook erg mager. Een prima vleesbron is een dier dat écht bewogen of gevlogen heeft en vegetatie gevoerd is. Wild en bij voorkeur niet in een hok dus. Mocht dat niet beschikbaar zijn en mocht je dier het niet willen eten omdat de wildgeur tegenstaat, dan is er ook ecologisch vlees. 

Vette zeevis kun je proberen zo snel mogelijk in het menu te krijgen. Op de lijst van aminozuren komt eerst het ei, daarna vette vis en dan pas vlees. 1x per week of 1x per 2 weken vette vis in het menu, is een aanrader. Zeker voor degenen die geen of weinig 'Overige' bijvoeren, aangezien het ook een bron van selenium en jodium is en het belangrijke B vitaminen bevat.

Een volwassen gezonde hond mag 1x per dag gevoerd worden. Als de omschakeling goed verloopt, zou je hiervoor kunnen kiezen. Het is volgens de verschillende theorieën beter om de maag te vullen met één grote maaltijd, zodat alle spijsverteringsorganen optimaal worden benut maar ook optimaal hun rust worden gegund. Zeker als je later ook vastendagen instelt.

Let wel.....dit geldt enkel voor een gezonde volwassen hond. Voor pups gelden andere richtlijnen en uitgebreide informatie hierover vind je op ons informatieve forum.
Senior honden hebben andere behoeftes en hierop kun je anticiperen door bijvoorbeeld meerdere maaltijden per dag te verstrekken. Afhankelijk van de hond zelf wordt dan vaak 2-3x per dag gevoerd.


Bron & Copyright: www.rauwevoedingvoorhonden.nl

Interesse in het Natural Raw Feeding? Neem eens een kijkje op:
  


Terug naar RVVH

  © www.rauwevoedingvoorhonden.nl 2008-2012 All Rights Reserved